Arno van Kempen

In gesprek met Arno van Kempen

Wethouder

 

Een schone, veilige, groene en duurzame leefomgeving voor iedereen: daar staan we voor. Voor ouderen en jongeren, ondernemers en kwetsbaren, gezinnen en alleenstaanden. Ons uitgangspunt is ‘iedereen doet mee’. We stimuleren betrokkenheid van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen. In eerste instantie gaan we er vanuit dat iedereen een eigen verantwoordelijkheid heeft. Maar als iemands zelfredzaamheid – om welke reden dan ook – tekort schiet en iemand echt hulp nodig heeft, biedt de gemeente natuurlijk een helpende hand. Wethouder Arno van Kempen heeft onder meer zorg en welzijn in zijn portefeuille. Hoe ziet hij de komende periode voor zich? Welke zaken staan er op het prioriteitenlijstje?

   

Portefeuille

Onder andere: zorg en welzijn, jeugd- en ouderenbeleid, onderwijs, monumentenzorg, werk en inkomen, integratie
statushouders.
 

Na werktijd

‘Ik ben vaak te vinden in de sporthal, sporten is mijn grote hobby. Maar ik vind het ook heerlijk om op de Kagerplassen te varen.’ 
 

Vitaal Teylingen is voor mij...

‘Gezonde en sportieve inwoners, veel mensen op straat, florerend bedrijfsleven, drukke winkelstraten, lekker ontspannen op mooie, rustige plekken.’
 

Daar kom ik graag

‘Kagerplassen, de terrasjes in Sassenheim bij de haven, de restaurants in de Herenstraat in Voorhout.’

 

Jouw portefeuille bevat veel onderwerpen, welke thema’s hebben topprioriteit, wat jou betreft?

‘Ik heb natuurlijk veel prioriteiten, maar ik heb voor nu een top vier gemaakt. Als eerste noem ik de overgangsfase op het gebied van zorg en welzijn. Gemeenten hebben er zorgtaken bij gekregen. Dat hebben wij niet zelf bedacht, dat komt van de rijksoverheid. Ik sta daar helemaal achter, maar het is een langdurig proces. Zorginstanties moeten anders, efficiënter gaan werken – dat moet allemaal een stuk sneller kunnen. Daar wil ik echt iets aan doen.’
 

Waar wil je naartoe werken?

‘Dat als iemand hulp nodig heeft, dat we dan snel en met alle betrokkenen bij elkaar, kijken wat iemand nodig heeft. Door hier samen naar te kijken, met bijvoorbeeld een Jeugd- en Gezinsteam of  Sociaal Team, hebben we snel een goed beeld en kunnen we zien wat nodig is. Dus niet meer één specialist die aan de slag gaat, maar met elkaar op zoek naar een goed beeld en passende hulp. Dat gaat nu overigens al steeds beter, maar het kost tijd om te wennen aan een andere manier van denken en werken.’
 

Over welke problematiek hebben we het dan?

‘We hebben het dan met name over kinderen en ouderen. We zien veel vechtscheidingen, die komen hier meer dan gemiddeld voor. Tegelijker­tijd zien we – ook meer dan elders – problemen met leerlingen in het speciaal onderwijs. Hoe komt dat, is er een verband? Dat vraagt om extra aandacht en een integrale benadering. Wat betreft ouderen hebben we te maken met dementie en het feit dat mensen langer thuis blijven wonen. Sommigen willen best naar een andere woning verhuizen, maar alleen in hun eigen wijk. En daar zijn niet altijd geschikte woningen voor. Mijn collega Bas Brekelmans wil graag op creatieve wijze zorgen voor snelle (tijdelijke) woonruimte. En zo werken we met elkaar aan goede oplossingen voor onze inwoners. Zo zie je, je moet alles dus steeds in bredere context bekijken.’
 

Wat heeft nog meer prioriteit?

‘Ik wil me echt gaan inzetten voor duurzaam werk voor mensen met een beperking. Concreet: ik wil zoveel mogelijk mensen aan het werk helpen. En niet in de vorm van tijdelijke contracten maar echt vaste banen; duurzaam dus. Dat is, zeker voor deze doelgroep, zó belangrijk! We hebben hier veel geld voor over. Daarmee willen we bijvoorbeeld ondernemers mobiliseren, het Servicepunt Werk speelt daar een actieve rol bij. Zij hebben contact met ondernemers en kijken of er werkplekken gecreëerd kunnen worden. Dat proces loopt al, maar het moet allemaal veel sneller.’
 

Het moet sneller, maar tegelijkertijd is er ook regelgeving. Is dat niet lastig? Je kunt niet zomaar een paar stappen overslaan.  

‘Klopt, en dat brengt mij bij mijn derde punt: aandacht voor menselijke maat. Niet de regel, maar de mens is het uitgangspunt. We moeten ons niet focussen op wat er niet kan, maar op wat er wél kan. Ik wil de discussie aangaan. Stel, iemand verdient nét iets te veel bij om voor bijstand in aanmerking te komen. Dan moeten we dat verzoek niet direct afwijzen, maar kijken hoe we die persoon toch kunnen helpen. De (financiële) schotjes eruit halen.’ 
 

Werken jullie al op die manier?

‘Binnen onze werkorganisatie HLTsamen (Hillegom, Lisse en Teylingen) hebben we het afgelopen jaar 100 casussen bekeken op het gebied van ontschotting, ofwel: hoe kunnen we anders met de regels omgaan zodat we de inwoner of de ondernemer echt helpen. Over vier jaar is dat normaal, dan werkt iedereen zo. Waarbij ik wel gezegd wil hebben dat die uitzonderingen niet de nieuwe norm worden. In standaard­situaties passen we de huidige regelgeving toe. Maar juist uitzonderlijke of afwijkende gevallen krijgen een andere behandeling.’
 

En wat staat er nog meer op je lijstje?

‘De Ruïne van Teylingen; die zou ik graag zien als publiekstrekker. Daar kunnen we zóveel meer uithalen. Dit prachtige cultureel erfgoed moeten we koesteren en er weer van genieten! Op die manier blijven we ook buiten het bollenseizoen aantrekkelijk voor toeristen. En voor eigen inwoners natuurlijk.’
 

’Stel, we zijn vier jaar verder, wat wil je dan bereikt hebben?

‘Ik hoop dat de financiën van Jeugdzorg en welzijn onder controle zijn en dat die andere manier van werken en benaderen er helemaal in zit. De preventie en vroegsignalering werken goed en de wachtlijsten zijn een stuk korter. Alles verloopt een stuk sneller, zonder onnodig veel doorverwijzingen en de hulp is beter en passender. Verder hoop ik dat arbeids­beperkten allemaal een vaste baan hebben, en dat de Ruïne van Teylingen tegen die tijd echt een begrip in de regio is.
Ik zou ook graag zien dat het armoedeniveau – dat bij ons al op een laag niveau is – dan nóg lager is. En dat we over vier jaar speciale doelgroepen, zoals verslaafden, daklozen, verwarde personen,  een tijdelijk dak boven hun hoofd kunnen bieden. Dat is al met al een mooi plaatje, toch?’




Lees een van de andere interviews